Hoe ziet een datalogging-rapport eruit?: weekrapportage luchtkwaliteit in detail

Wat ontvangt u na een week datalogging luchtkwaliteit? Holland Luchtmeting laat zien hoe een rapport is opgebouwd: van trendgrafieken en TGG-toetsing tot logboek en aanbevelingen.

Hoe ziet een datalogging-rapport eruit?

Voor wie kiest voor een weekmeting luchtkwaliteit is meestal duidelijk wát er gemeten wordt. Minder bekend is hoe het uiteindelijke rapport eruitziet — terwijl juist dát het document is waarop u beleid, investeringen en verbeteringen baseert. In dit artikel laten we zien hoe een datalogging-rapport van Holland Luchtmeting is opgebouwd: welke informatie u per meetpunt ontvangt, hoe wij toetsen aan wettelijke grenswaarden, en hoe een logboek bijdraagt aan de interpretatie van de data.

Twijfelt u nog of een duurmeting de juiste keuze is voor uw situatie? Lees dan eerst onze afweging tussen momentopname en duurmeting.

Het meetproces in het kort

Voordat we ingaan op het rapport, kort het traject ervoor. Per gebouw plaatsen wij tot twaalf meetpunten, elk uitgerust met twee gesynchroniseerde dataloggers. Eén logger registreert temperatuur en relatieve luchtvochtigheid, de tweede meet CO₂, formaldehyde, vluchtige organische stoffen en fijnstof in PM1.0, PM2.5 en PM10. Beide loggers registreren elke minuut, wat resulteert in 1.440 meetmomenten per dag per logger.

Naast de meetapparatuur ontvangt u een logboek-template waarin medewerkers per locatie afwijkende activiteiten kunnen noteren — denk aan zagen, schuren, lassen of schoonmaakwerkzaamheden. Dit logboek wordt later in het rapport gekoppeld aan de meetdata.

De opbouw van het rapport

Een datalogging-rapport bestaat uit een hoofdrapport gevolgd door bijlagen per meetpunt. Het hoofdrapport opent met een samenvatting: per parameter wordt aangegeven of de gemiddelde of piekwaarden voldoen aan de van toepassing zijnde norm. Hierbij hanteren wij een directe kleurcodering — groen voor "binnen de norm", oranje voor "verhoogd, attentiepunt" en rood voor "overschrijding".

Daarna volgt voor elk meetpunt een eigen reeks bijlagen. Bijlage A bevat de grafieken: per parameter een trendgrafiek over de volledige meetweek, voorzien van eventuele wettelijke grenswaarde-lijnen. Bijlage B toont een foto van de meetlocatie, met korte beschrijving van de omgeving. Bijlage C bevat de wettelijke toetsing: hier zetten we het meetresultaat af tegen TGG-8u (tijd gewogen gemiddelde over acht uur) en TGG-15min (kortdurende blootstelling) volgens de methodiek van NEN-EN 689. Bijlage D vat de afwijkingen en aanbevelingen voor dat specifieke meetpunt samen.

Achteraan, in Bijlage E, vindt u het ingevulde logboek met alle bijzonderheden gedurende de meetweek. Dit is geen verplichte sectie, maar in projecten met productie- of werkplaatsactiviteiten vaak doorslaggevend voor de interpretatie.

Trendanalyse en percentielwaarden

Een eenmalige meetwaarde zegt weinig over werkelijke blootstelling. Daarom presenteren wij niet alleen gemiddelden, maar ook percentielwaarden. De P50 (mediaan) geeft de waarde aan die op de helft van de meetmomenten niet werd overschreden — een goede indicator van de typische omstandigheden. De P95 toont de waarde die slechts vijf procent van de tijd werd overschreden, en geeft daarmee een eerlijk beeld van de pieken zonder dat één enkele uitschieter het beeld vervuilt.

Voor parameters als CO₂ en relatieve luchtvochtigheid is dit cruciaal. Een gemiddelde van 850 ppm CO₂ klinkt acceptabel, maar als de P95 op 1.450 ppm ligt betekent dit dat medewerkers structureel een aanzienlijk deel van de werkdag in onvoldoende geventileerde omstandigheden verkeren.

Wettelijke toetsing: TGG-8u en TGG-15min

Voor stoffen waarvoor in de Arbeidsomstandighedenregeling Bijlage XIII een grenswaarde is opgenomen, toetsen wij volgens NEN-EN 689. Concreet berekenen wij het tijd gewogen gemiddelde over een werkdag van acht uur (TGG-8u) en, waar van toepassing, het kortdurende gemiddelde over vijftien minuten (TGG-15min). Het rapport toont per parameter de gemeten waarde, de bijbehorende grenswaarde en de eventuele overschrijdingsfactor.

Voor parameters zonder formele wettelijke grenswaarde — zoals CO₂ in kantooromgevingen, dat strikt genomen geen Arbo-stof is — toetsen wij aan binnenmilieu-richtwaarden uit onder andere het Bouwbesluit, GGD-advieswaarden en VDI 6022.

Hoe het logboek de data interpreteerbaar maakt

Datalogging zonder context kan misleidend zijn. Een fijnstofpiek op woensdagmiddag is fundamenteel anders te duiden wanneer uit het logboek blijkt dat er die middag is gezaagd, dan wanneer er geen bijzonderheden waren. In het laatste geval wijst de piek op een structureel probleem in ventilatie of buitenluchtinstroom; in het eerste geval op een tijdelijke proces-emissie waarvoor lokale afzuiging de oplossing is.

Het logboek-template dat wij meegeven kent twaalf categorieën, waaronder zagen, schuren, lassen, schoonmaak en vrij in te vullen activiteiten. Per item kan een tijdstip, locatie (gekoppeld aan het meetpunt) en korte omschrijving worden vastgelegd.

De aanbevelingen

Een rapport dat eindigt bij meetwaarden levert weinig op. Daarom sluiten wij elk rapport af met concrete aanbevelingen op drie niveaus. Direct: interventie bij acute overschrijdingen, bijvoorbeeld bronaanpak of tijdelijke verhoging van ventilatie. Structureel: aanpassingen aan de installatie, zoals herinregelen van de luchtbehandelingskast, plaatsing van bevochtiging of filtervervanging. Monitoring: een vervolgmeting na maatregelen, of permanente CO₂-sensoren in risicozones.

Een concreet voorbeeld

In een recent rapport voor een kantoor met drie meetpunten zagen wij dat de CO₂-concentratie op dinsdag- en donderdagochtend boven 1.200 ppm uitkwam, terwijl de waarde op vrijdag (rustige dag, deels thuiswerken) onder 800 ppm bleef. De relatieve luchtvochtigheid daalde structureel onder 25 procent tussen 10.00 en 16.00 uur. De fijnstofwaarden vertoonden elke ochtend rond 7.30 uur een korte piek, samenvallend met het opstarten van het verwarmingssysteem na het weekend. Geen van deze inzichten zou uit een eenmalige meting naar voren komen — en dit rapport leidde tot drie zeer specifieke aanbevelingen: aanpassing van de ventilatieregeling, plaatsing van bevochtiging in de winterperiode en filtervervanging in de luchtbehandelingskast.

Aan de slag met datalogging

Onze dienst datalogging luchtkwaliteit is volledig ingericht op deze werkwijze: van strategische plaatsing en logboek-instructie tot een rapport dat technisch én juridisch verdedigbaar is. Wilt u eerst weten welke meetmethode bij uw situatie past, of een rapport-voorbeeld ontvangen? Neem gerust contact op.

Veelgestelde vragen over het datalogging-rapport

Wat is een percentielwaarde en waarom gebruiken jullie die?

Een percentielwaarde geeft aan welke meetwaarde op een bepaald percentage van de meetmomenten niet werd overschreden. De P95-waarde toont bijvoorbeeld de waarde die slechts vijf procent van de tijd werd overschreden. Dit geeft een eerlijk beeld van de pieken zonder dat één uitschieter het hele beeld vervuilt, zoals bij een absolute maximumwaarde wel kan gebeuren.

Wat is een TGG-toetsing?

TGG staat voor tijd gewogen gemiddelde. De TGG-8u toetst aan de gemiddelde blootstelling over een werkdag van acht uur; de TGG-15min toetst aan kortdurende piekblootstellingen over een kwartier. Beide grenswaarden zijn vastgelegd in de Arbeidsomstandighedenregeling, Bijlage XIII.

Kan ik tussentijds inzage in de meetdata krijgen?

In de regel ontvangt u het volledige rapport binnen een week na het ophalen van de apparatuur. Bij een vermoeden van een acute overschrijding kunnen wij de data eerder uitlezen en u telefonisch informeren over de eerste bevindingen.

Welk verschil zit er tussen het logboek en de meetdata?

De meetdata zijn objectief — apparatuur registreert wat er feitelijk in de lucht aanwezig was. Het logboek is contextueel — het beschrijft welke activiteiten tijdens de meetperiode plaatsvonden. Pas door beide te combineren ontstaat een interpretatie die zowel oorzaak als gevolg duidt.

Hoe ga ik om met de aanbevelingen in het rapport?

De aanbevelingen zijn ingedeeld in directe interventie, structurele aanpassingen en monitoring. Wij adviseren prioriteit te geven aan parameters in de rood-categorie en vervolgens binnen drie maanden een vervolgmeting uit te voeren om het effect van eventuele maatregelen objectief vast te leggen.